Een podcast voor iedereen die Nederlands leert en tegelijk meer wil weten over Brussel.
Nergens ter wereld leren zoveel anderstaligen Nederlands als in Brussel. Er bestaat een heel netwerk aan NT2-lesgangen in alle maten en formaten: Nederlands als tweede taal. Je leert er de taal in de klas. Maar een taal moet je ook proeven, savoureren en oefenen. Je moet haar tot je laten doordringen, indringen, percoleren als goede koffie. Bijvoorbeeld met een podcast.
Paul-Alexander Crop, leraar Nederlands, Willems-fondser en Schaarbekenaar ging de uitdaging aan: zeer korte afleveringen met weetjes over Brussel, telkens maximaal zes minuten. In elke aflevering neemt Paul-Alexander ons mee naar bijzondere locaties waar geschiedenis werd geschreven.
Hij vertelt traag en duidelijk over de ontvoering van gewezen eerste minister Paul Vanden Boeynants en zijn bijzondere ontvoerders, over hoe “Olé olé olé, we are the champions” — de internationaal bekendste voetbalhymne — in Anderlecht ontstond als “Allez, allez, allez” van Le Grand Jojo. Ook heeft hij het over Karl Marx in café De Zwaan op de Grote Markt. Marx schreef in Brussel het Manifest van de Communistische
Partij. Andere afleveringen gaan over het Atomium, de Villa Empain, … en nog veel meer.
Apple
In aflevering 4 (“Een doodgewone appel”) neemt Paul-Alexander ons mee naar het huis van René Magritte in de Mimosasstraat 97 in Schaarbeek. Zo ontdekken we dat Paul McCartney het schilderij met de bekende appel van Magritte kocht: Au revoir. Een doodgewone groene appel, een Granny Smith.
McCartney was duidelijk een grote fan en gebruikte de appel als logo voor het platenlabel van The Beatles: Apple Records. In de jaren ’70 luisterden in Amerika twee fans naar The Beatles: Steve Jobs en Steve Wozniak. Naar verluidt noemden zij hun bedrijf onder meer naar het pakkende beeld van de doodgewone appel op de platen: Apple.
Zo inspireerde de doodgewone appel van de Brusselse magiër René Magritte het logo van de computer waarop ik deze recensie van de podcast Brussel, allez vooruit! typ. De podcast is te beluisteren op Spotify.
— Johan Basiliades