70 jaar geleden, op 4 september 1955, stonden het Portugese Sporting Lissabon en het Joegoslavische Partizan Belgrado tegenover elkaar in de allereerste wedstrijd van een nieuwe voetbalcompetitie. De Coupe des Clubs Champions Européens – vandaag bekend als Champions League – zou sportief een enorm succes worden. Maar ze werd ook een katalysator voor een gedeelde Europese identiteit. En dat mede dankzij Sporting Club Anderlecht en haar secretaris-generaal Eugène Steppé.
Het Franse sporttijdschrift L’Équipe bracht op 2 en 3 april vertegenwoordigers van 16 Europese voetbalclubs samen in Parijs. Onder de kristallen kroonluchters van het luxueuze hotel Ambassador aan de Boulevard Haussmann werd twee dagen lang gedebatteerd over de opzet voor een nieuwe continentale voetbalcompetitie. L’Équipe had zelf de kat de bel aangebonden, na een Engelse provocatie. In december 1954 had het befaamde elftal van Honved Boedapest¹ een vriendschappelijke wedstrijd verloren van de Engelse landskampioen Wolverhampton. Na afloop had de Engelse pers uitgeroepen dat de Wolves nu wel konden beschouwd worden als ‘wereldkampioen’. Dat was bij L’Équipejournalist Gabriel Hanot in het verkeerde keelgat geschoten. Eén enkele wedstrijd volstond volgens hem niet om die titel te claimen. Daarvoor was een serieuze competitie nodig².
Verbrokkeld Europa
Een volwaardige continentale clubcompetitie starten, was niet evident in het verbrokkelde naoorlogse Europa… De Europese integratie was dan wel al op gang getrokken met de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal in 1952, maar intussen hadden zich nieuwe, scherpe breuklijnen gevormd op het continent. Met de communistische machtsovernames in Polen, Tsjechoslovakijke, Roemenië, Bulgarije, Hongarije en Oost-Duitsland was het Oostblok ontstaan. West-Europa worstelde dan weer met de onduidelijkheid rond het Saarland. Dat land was na WOII een Frans protectoraat geworden, maar hunkerde naar een hereniging met (West-)Duitsland³. Die geopolitiek werkte ook door in het voetbal. Saarland had een aparte voetbalbond en een aparte nationale ploeg⁴… En had met FC Saarbrücken ook een vertegenwoordiger tussen de eclectische verzameling clubs in hotel Ambassador. Er waren clubbestuurders uit het Oostblok, West-Europa en het Verenigd Koninkrijk. Maar ook uit de Spaanse en Portugese dictaturen… Het voetbal deed waar de politiek niet in slaagde; (politieke) grenzen overstijgen. L’Équipe stelde fijntjes: “On pouvait vraiment se demander pendant ce week-end en voyant par exemple les délégués espagnols et hongrois fraterniser et échanger de vieux souvenirs de football, pourquoi l’idée européenne avait tant de mal à faire son chemin.”
Voetbaleuropa
Voetbaleuropa was véél ruimer dan politiek-Europa. Dat kwam door decennia aan internationale vriendenmatchen en -tornooien. Al sinds het begin van de 20ste eeuw was dat een hardnekkig fenomeen. Na de tweede wereldoorlog had het internationale voetbalverkeer zonder al te veel poespas weer hernomen. Met een opmerkelijke rol voor Royal Sporting Club Anderlecht.
Anderlecht was uit de oorlog gekomen als … vierde meest succesvolle club van Brussel. (Na Union, Daring en Racing…) Niemand kon vermoeden dat de club nauwelijks tien jaar later in Parijs mee zou aanschuiven tussen de meest prestigieuze voetbalclubs van Europa. Die status had het te danken aan voorzitter Albert Roosens (1916-1993) en vooral aan zijn visionaire rechterhand Eugène Steppé (1918-2002). Steppé was een geboren en getogen Anderlechtenaar die zich al op jonge leeftijd bij Anderlecht had aangesloten en die in 1952 opgeklommen was tot secretaris-generaal van paars-wit. Het duo had Anderlecht van een bescheiden subtopper getransformeerd in een moderne, innoverende topclub met internationale allures. Sinds 1946 had paars-wit al zo’n 65 internationale matchen afgewerkt. Tot in Algerije, de Sovjet-Unie en Roemenië toe… En dat met een selectie semi-profs, die voor elke buitenlandse verplaatsing verlof moesten aanvragen bij hun werknemer…
Voor eigen publiek organiseerde Steppé midweekse galamatchen. Veertig jaar voor het Schengenakkoord de Europese binnengrenzen open zou gooien, lokten die wedstrijden duizenden kijklustigen uit de buurlanden. Ze kwamen om grote clubs als Arsenal, Liverpool of Newcastle United live aan het werk te zien. Of om zich te vergapen aan Atletico de Mineiro, Rode Ster Belgrado of het beruchte precisievoetbal van Spartak Moskou… In 1954 stuntte Steppé met een galawedstrijd tegen Racing Club uit Buenos Aires om de nieuwe lichtinstallaties in het Astridpark in te huldigen. Die installaties, die overal in Europa opdoken, zouden cruciaal worden voor het internationale voetbal. Ze maakten midweekse avondmatchen mogelijk. Samen met de live voetbaluitzendingen op radio en de beginnende tv en de verbeterde internationale trein- en vliegtuigverbindingen, waren zo de succesvoorwaarden gecreëerd voor de komst van de Europacup.
Spanningsveld
Voor de clubdirigenten in Parijs waren twee zaken van belang. Er was het prestige en de verbroedering door de sport. Maar, er was ook het geld… De extra inkomsten moesten de almaar stijgende kosten van het steeds verder professionaliserende voetbal helpen dragen. Zo ontstond ook van meet af aan al een spanningsveld, dat tot op vandaag bestaat en dat in wezen über-Europees is. Het -letterlijke- level playing field dat gecreëerd werd ging gaandeweg steeds harder kraken onder de financiële ongelijkheid. De Europacup zou al gauw gedomineerd worden door clubs uit de grootste en rijkste voeballanden. Als voetbalromanticus pleitte Eugène Steppé vooral voor de sportieve challenge. Hij wou zijn team laten groeien door de confrontatie met de beste ploegen van het continent. Daarom drong hij aan op een formule met heen- en terugwedstrijden en rechtstreekse uitschakeling. Dat verhoogde de inzet. In twee wedstrijden kon immers alles gebeuren…
De eerste editie van de Europacup werd meteen een succes. Gemiddeld woonden 31.000 supporters de wedstrijden bij. Real Madrid won in Parijs de eerste finale van het Franse Stade Reims. En zou ook de volgende vier finales winnen. De Spaanse dictator Franco glunderde. Dankzij de continentale uitstraling van de Europacup werd Real een gedroomd ambassadeur voor zijn politiek geïsoleerde land. De competitie zou ook een bredere impact krijgen. Via (kader)reportages in de sportkranten, op radio en tv, ontdekten miljoenen Europeanen stukje bij beetje de enorme diversiteit en geografie van hun eigen continent. De Europacup werd een brug tussen steden en huiskamers. 100.000’en jonge voetbalsupporters konden zich eindelijk iets voorstellen bij Belgrado, Warschau, Aarhus, Boekarest, Glasgow of … Anderlecht. Vanaf de jaren ’60 kwamen daar nog eens de vele buitenlandse verplaatsingen van duizenden uitsupporters bij… Zo hielp de Europacup de gezamenlijke Europese identiteit mee vorm geven. Via het voetbalveld. Met een beetje hulp van Sporting Club Anderlecht en Eugène Steppé.
— Kurt Deswert
¹ Zie ook Kortweg 106
² En dan nog liefst midweeks. Dat was commercieel interessant voor L’Équipe. Bij gebrek aan interessant sportnieuws, zakten de verkoopscijfers van het blad in het midden van de week weg. 1903 had L’Équipes voorloper, L’Auto, haar verkoop al aanzienlijk geboost door de Tour de France in het leven te roepen
³ Wat ook zou gebeuren in 1957
⁴ De nationale ploeg van Saarland had een verdienstelijke poging gedaan om zich te kwalificeren voor het WK Voetbal in 1954, maar stuitte op … West-Duitsland…