Van de bezetting van de Ruhr tot de waanzin van Hitler
In de zomer van 1923 beheerste het leger de Belgische krantenpagina’s. Er was nog maar net een regering gevallen over de verlenging van de dienstplicht. En in het Jubelpark had Koning Albert pas de nieuwe gebouwen van het Legermuseum geopend. Die dienden volgens minister van landsverdediging Devèze als ‘laboratorium en documentatiecentrum’. Om ons land voor te bereiden op de nieuwe oorlogsvoering. Volgens Devèze draaide die niet langer meer louter rond moed en zelfopoffering, maar zou ze voortaan afhangen van techniek en wetenschap… Dat België, vijf jaar na het einde van de Groote Oorlog, opnieuw in een staat van beleg leek, had te maken met een nieuw gewapend conflict waarin ons land meegesleept was geraakt: de Ruhrcrisis. Een conflict dat tussen de plooien van de geschiedenis viel, maar een enorme impact zou hebben op de rest van de 20ste eeuw.
De Ruhrcrisis of Ruhrbezetting was een uitloper van de Eerste Wereldoorlog en Vrede van Versailles. Tijdens de vredesonderhandelingen hadden de geallieerden Duitsland nogal gretig het mes op de keel gedrukt. De Duitsers moesten niet enkel demilitariseren en grondgebied afstaan, zoals de Oostkantons, ze werden ook tot enorme herstelbetalingen gedwongen. Over de exacte omvang van die betalingen ontstond aanslepend gebakelei tussen Duitsland en de geallieerden. Zowel ons land als Frankrijk rekenden fel op die betalingen -deels in grondstoffen- om hun eigen stevig opgelopen oorlogsschulden aan de Verenigde Staten af te kunnen lossen.
Eind 1922 bleek dat Duitsland -geconfronteerd met de vaststelling dat ze gedurende 42 jaar in totaal zo’n 132 miljard goudmark zouden moeten ophoesten- te weinig steenkool, hout en telegraafpalen aan Frankrijk leverde. Voor Raymond Poincaré, de nieuwe Franse president, was dat het signaal om begin januari 1923 een legermacht te sturen naar het Ruhrgebied; Duitslands industriële hart. Als officiële reden gaf hij aan dat de troepen er waren om een zich ter plekke bevindende commissie van Franse en Belgische ingenieurs te beschermen… Het was moeilijk om veel geloof aan die uitleg te hechten. Zeker niet gezien de omvang van de troepenmacht… 100.000 Franse militairen zouden het Ruhrgebied binnenstromen… Gevolgd door … 8000 Belgen. Ons land had immers een militaire alliantie afgesloten met onze Zuiderburen. België werd dus ineens mee agressor…
De inval stuurde een schokgolf door het politiek al onstabiele Duitsland. De fabrieken en mijnen van Gelsenkirchen, Dortmund, Bochum, Recklinghausen en Essen kwamen onder controle van de bezettingsmacht. Met een gedecimeerde militaire capaciteit zat er voor de Duitsers weinig anders op dan over te gaan tot passief verzet. Ambtenaren werd verboden om met de bezetters mee te werken, terwijl de vakbonden ervoor zorgden dat arbeiders het werk neerlegden. Ook trein- en spoorwerkers staakten, waardoor de Fransen en Belgen het Duitse spoornet in het Ruhrgebied overnamen.
De sociale onrust die volgde, leidde er al gauw toe dat met name de Franse troepen lelijk huis gingen houden in bezet gebied. Demonstranten en fabriekseigenaars werden hardhandig opgepakt, avondklokken werden ingesteld en werkonwilligen werden met tienduizenden tegelijk met hun families het Ruhrgebied uitgezet. Naast geweld tegen de bevolking, werden ook al gauw de eerste verkrachtingen door de bezettingstroepen gesignaleerd…
Belgische wandaden en represailles
De Belgische militairen bleken ook geen doetjes – ook zij waren betrokken bij verkrachtingspogingen bijvoorbeeld – maar zo bont als de Fransen bakten ze het toch ook weer niet. Maar, ook zij kwamen in het vizier van de vrij snel opgestarte Duitse sabotageacties. Tussen maart en juni 1923 vonden er zo maar liefst 250 plaats. Vaak waren treinen het doelwit. Die acties hadden al geleid tot arrestaties. En executies…
Het bloederigste incident vond plaats op 30 juni. Toen werd een trein met Belgische militairen onderweg naar Aken opgeblazen met een tijdbom. Die was verstopt in een wc en kwam tot ontploffing net toen de trein de Rijn bij Duisburg overstak. De twee laatste wagons werden verpulverd. 10 Belgische soldaten kwamen om. Eén van hen werd 40 meter uit de trein geslingerd, zijn hoofd doorboord door de spijlen van de spoorwegbrug… De aanslag eiste ook nog eens 40 gewonden…
De reactie van de Belgische legerleiding was direct en onverbiddellijk. 20 inwoners van Duisburg werden als gijzelaar vastgezet. De stad werd een avondklok opgelegd en grotendeels van de buitenwereld afgesloten. Met de Belgen als cipiers… In de treinen werden intussen Duitsers meegenomen. Als levend schild …
Voor de Duitsers kwam de Ruhrcrisis extra hard aan. Afgesneden van het hart van hun economie, viel een groot deel inkomsten weg. De Duitse regering besloot bovendien om de ongeveer 2 miljoen stakende arbeiders te blijven uitbetalen. Om dat te bekostigen,
liet men de drukpersen volop geld bijdrukken… Hyperinflatie was het onvermijdelijke gevolg. In juni 1923 was 1 dollar 120.000 Duitse Mark waard. Tegen december was dat al … 4,2 biljoen… Om 1 kilogram brood te kopen, moesten de Duitsers in november al 201.000.000.000 mark naar de bakkerij zien te verzeulen…
In die omstandigheden begonnen allerlei revolutionare groeperingen zich nog feller te roeren dan in de voorgaande jaren. Tussen hen ook het NSDAP van ene Adolf Hitler… Die richtte zijn toorn niet alleen op de bezetters, maar bovenal op de onkunde van de Duitse regering. Volgens hem werd die aangedreven door Joodse en Marxistische elementen… Hitler en zijn trawanten besloten om, naar het voorbeeld van Mussolini’s “Mars op Rome”, zelf ook een staatsgreep te plegen. Hun nogal schlemielige Bierkellerputsch in München in november 1923 liep faliekant af, waardoor de toekomstige Führer in de cel belandde… Maar, de putsch bezorgde hem wel landelijke bekendheid en een nadien stevig aangedikte reputatie als patriot…
De grote spanningen in het conflict ebten vanaf het najaar van 1923 langzaam weg. Terwijl Duitsland grip probeerde krijgen op zijn ontsporende economie, begon druk internationaal overleg. De hardhandige bezetting door Fransen en Belgen had ook terug wat sympathie opgewekt voor het lijdende Duitse volk. In de loop van 1924 werden deals gevonden rond de herstelbetalingen. Het volstond voor de Belgische en Franse regering om hun troepen in de loop van 1925 weg te halen. Het conflict, dat in totaal 137 Duitse doden en 603 gewonden kostte, raakte vervolgens ondergesneeuwd door andere gebeurtenissen in het interbellum.
De Ruhrcrisis zou wel een belangrijke rol blijven spelen in de nazi-retoriek. De door de Fransen geëxecuteerde saboteurs zouden als nazimartelaar op het schild gehesen worden… Zonder meer bestendigde de bezetting door Frankrijk en België Hitler ook in zijn perfide denkbeelden waarmee hij de wereld 15 jaar later een nieuwe catastrofe zou injagen…
— Kurt Deswert