Europa onder druk

Een terugblik op de Brusselse Willemsfonds geschiedenis met Bart D’hondt, wetenschappelijk medewerker bij Liberas.
De stichters van het Willemsfonds hadden in 1851 een culturele vereniging met een duidelijke missie voor ogen: erkenning van het Nederlands als cultuurtaal en daardoor bijdragen aan de emancipatie van de Vlaming. Na de machtsgreep door de groep rond Vuylsteke in de jaren 1860 kwam daar een strijdend flamingantisme en gedreven antiklerikalisme bij, ‘klauwaard en geus’ was geboren. Verder bleven de oorspronkelijke statuten uit 1851 overeind: zo ver mogelijk wegblijven van de (partij)politiek, verdedigen van gewetensvrijheid, van openbaar onderwijs en streven naar Vlaams welzijn door gelijkberechtiging.

Tot aan haar eigen dood, in 1997, bleef dochter Annette moedig getuigen over de gruwelen van de oorlog en de ontmenselijking door de fascisten…

Historisch toerisme

Bovenlokale belangstelling en engagement over de grenzen heen was de eerste halve eeuw en langer dan ook heel beperkt. In het uitgavenfonds en op congressen werd enkel in de marge op deze thema’s ingegaan. Op volksvoordrachten doorheen Vlaanderen en Brussel overheerste dezelfde teneur. Europa kwam aan bod als onderwerp van reizen en ontdekkingen, als bakermat van cultuur en het al dan niet verre verleden. Er wordt gesproken over de grote rijken van Romeinen en Franken, de ontdekkingsreizen van Columbus en Magellaan en de grensoverschrijdende rol van ‘grote vlaamse’ figuren van Gwijde van Dampierre en Jacob van Artevelde, over de guldensporenslag en de nederlaag van Napoleon, over de uitstraling van de renaissance en de deugden van de verlichting. In de grijze zone vinden we de tientallen voordrachten over de strijd tussen de hertog van Alva en zijn confrontatie met de geuzen, de dood van Egmont en Horne, de figuur van Willem van Oranje en de Pacificatie van Gent uit 1576. De stap naar het groot-Nederlands denken, zuiver cultureel dan wel statelijk, was niet zo groot en voordrachtgevers appelleerden meermaals met de nodige nostalgie aan een Verenigd Koninkrijk. Veel verder dan dit ging de Europese gedachte niet, geheel conform de afspraken binnen het Willemsfonds.

Hoste jr. et les autres

De ijskoude douche van de Eerste Wereldoorlog en de opkomst van extreem-rechts in Europa in de jaren 1920 werden, na een pauze als gevolg van het Vlaams activisme tijdens de oorlog, een heel voorzichtig keerpunt. Willemsfondsers begonnen zich, binnen het forum van de vereniging, uit te spreken over de nood aan een veilig en welvarend Europa. De ongetwijfeld belangrijkste brugfiguur in het Brusselse was Julius Hoste jr. Hij had de leiding over Het Laatste Nieuws overgenomen van zijn vader, evenals diens rol in de Vlaams liberale beweging. In tegenstelling tot zijn vader ging junior ook in de actieve politiek. Hij was medestichter van het Liberaal Vlaams Verbond in 1913 en werd in de jaren 1930 als een boegbeeld van de strijd tegen Rex en het VNV door eerste minister Paul Van Zeeland gevraagd als extra-parlementair minister van onderwijs (1936-1938).

In september 1927 gaf hij een voorzet op de algemene vergadering van de afdeling met een voordracht getiteld ‘Na negen jaar vrede’. In Het Laatste Nieuws verscheen op 20 september een uitgebreid verslag van zijn tussenkomst. Hij waarschuwde voor de wankele vrede en het gevaar van de schijnbare rust en stabiliteit in Europa, over de rol van de Volkenbond en de nood aan een vergaand engagement om Europa veilig te maken. Hoste sprak enerzijds over Belgische onmacht, “Wij hebben ons gedeeltelijk laten meesleuren langs wegen die de onze niet zijn en thans dobberen wij mee met het getij van de algemeene onzekerheid”, anderzijds beklemtoonde hij dat de toekomstige rol van België – en van de Vlamingen – groot zou kunnen zijn indien de kloof tussen Nederlands- en Franstaligen zou worden gedicht en het opkomend fascisme en communisme zouden worden bestreden. Voor de Vlamingen zag hij een belangrijke rol weggelegd: “In België vermogen de Vlamingen oneindig meer dan zulks het geval is, wanneer zij op hun hoede blijven voor alles wat zweemt naar een extremisme, dat slechts van aard is om gezonde krachten te sloopen.”
Twee jaar later, in 1929, besteedde hij op de algemene vergadering aandacht aan de werking van de Volkenbond, maar verder bleef het stil in de afdeling. In 1932 gooiden Hoste en De Veen het over een andere boeg en organiseerden een debat over wapenbeheersing in Europa. Als moderator en keynote spreker konden ze Henri Rolin strikken. Rolin, voormalig secretaris van Volkenbondvoorzitter en prominente Belgische liberaal Paul Hymans, was ondanks zijn jonge leeftijd al een gelauwerd professor internationaal recht aan de ULB en een militante vredesactivist. Opnieuw volgde een uitgebreid verslag in Het Laatste Nieuws. Leuk detail: enkele maanden later wordt Rolin senator voor de BWP of Belgische Werkliedenpartij, het begin van een heel succesvolle loopbaan als Belgisch en Europees politicus.

“In België vermogen de Vlamingen oneindigig meer dan zuks het geval is, wanneer zij op hun hoede blijven voor alles wat zweemt naar een extremisme, dat slechts van aard is om gezonde krachten te sloopen.”

Julius Hoste jr.

Te laat

Daarna bleef het lang stil tot na de Anschluss van Oostenrijk en Sudetenland in 1938. Paul De Smaele, eveneens hoogleraar aan de ULB, gaf op 8 februari 1939, op de vooravond van de Anschluss van de rest van Tsjechoslowakije, een voordracht over “Het Nationaal-Socialisme, leer en toepassing”, verder bordurend op zijn bijdrage voor het gezaghebbende Willemsfondstijdschrift van die tijd, De Vlaamsche Gids (‘De Universiteit in het nationaal-socialistische Duitschland’, 1935). Hij benadrukte nogmaals de inherente bedreiging van de Europese democratie en de algemeen menselijke waarden van de Verlichting en de impact van de nazi’s op het sociaal en cultureel weefsel, zo diametraal tegengesteld aan de filosofie van het Willemsfonds. Zeven maanden later viel Duitsland Polen binnen en begon de Tweede Wereldoorlog…

– Bart D’hondt

Deel dit artikel:

Lees ook deze artikels