Jan Walravens • Vernieuwer en Willemsfondser

Voor het geleid bezoek aan de expo Jan Walravens in FeliXart op 21 maart 2026: klik hier.

Nog geen 45 jaar is Jan Walravens wanneer hij in juni 1965 aan een slepende ziekte overlijdt. Zijn beroep? Journalist, schrijver, kunstcriticus. Zijn habitat? De Vlaamse kunst- en literatuurwereld, maar ook de liberaal-vrijzinnige kringen van het Willemsfonds en “Het Laatste Nieuws”, de krant waarvoor hij schrijft. In het FeliX Art & Eco Museum in Drogenbos loopt tot 5 april 2026 een tentoonstelling over hem. Het is een mooi eerbetoon aan deze veel te vroeg gestorven vernieuwer.

Eind oktober 2025 wordt in het beeldarchief van de VRT een vergeten interview uit 1961 met schilder René Magritte van onder het stof gehaald. Het lijkt een mooie publiciteitsstunt voor de fictiereeks “This is not a murder mystery” die rond die tijd van start gaat, met de jonge Magritte als hoofdpersonage.
Maar de interviewer is minstens even interessant als de geïnterviewde. Het is Jan Walravens. In zijn persoonsarchief (bewaard in het Letterenhuis) vonden de samenstellers van de expo de schriftelijke voorbereidingen voor dit interview en zo ging de bal aan het rollen. Die expo schetst een portret van Jan Walravens als kunstcriticus.

Jeugd in Anderlecht
Jan Walravens wordt in 1920 in Anderlecht geboren en groeit op in de wijk Veeweide. Interesse voor kunst en literatuur krijgt hij van thuis uit mee. Vader Walravens schildert (Jan noemt hem een zondagsschilder) en leest veel. De jonge Jan ontleent boeken in de Willemsfonds-bibliotheek en leert op jonge leeftijd de verboden schrijvers kennen: Zola, Tolstoi, Buysse en anderen die op de katholieke Index staan. Het wakkert zijn liefde aan voor het nieuwe, het gedurfde, het buiten-de-lijntjes-kleuren in kunst en literatuur.

Willemsfondser
Wie Jan Walravens zegt, denkt onmiddellijk aan de liberaal-vrijzinnige kringen waarin hij vertoeft. Vrijwel meteen na zijn terugkeer uit Berlijn (gedwongen tewerkstelling tijdens de oorlog) begint hij culturele bijeenkomsten van het Jong Willemsfonds te bezoeken. Yvette Bützler vermeldt (in de woorden die ze aan zijn graf namens het Willemsfonds uitspreekt) dat hij door ondervoorzitter Julius Hoste jr. expliciet gevraagd is om de Brusselse jongerenafdeling nieuw leven in te blazen. Feit is dat zijn contact met het Brusselse Willemsfonds meteen zeer intensief is. In het jaarverslag 1944-1945 staat zijn naam voor het eerst op de ledenlijst van de Brusselse afdeling, en een jaar later is hij er al bestuurslid. Hij houdt er diverse lezingen, onder meer over het existentialisme, een literaire stroming die hij in Vlaanderen op de kaart zet.

 

“Hij was onze chef, onze aanvoerder, onze kapitein van de bende. Wij schreven zomaar wat. Maar Jan wist wat wij ermee bedoelden. Jan gaf het vorm en inhoud en zin. Als iemand onze literatuur veranderd heeft, dan moet hij daar verantwoordelijk voor gesteld”.

Louis Paul Boon

De dagen van de Vlaamse Gids, panel met onder meer Jan Walravens, Albert Maertens en Omer Grawet, 1961 (collectie Liberas)
Met Willem Pelemans op de redactie van Het Laatste Nieuws, 1958 (collectie Liberas)

Journalist
Het is in datzelfde Brusselse Willemsfonds dat hij componist Willem Pelemans leert kennen. De twee worden vrienden maar ook collega’s. Pelemans betrekt Walravens bij de totstandkoming van het eerste naoorlogse nummer van de krant “Het Laatste Nieuws” (de krant van ondervoorzitter Hoste jr.). Jan gaat er aan de slag op de kunstredactie. Hij schrijft in het begin vooral voor het weekblad “De Zweep”, maar uiteraard ook veel voor de krant zelf. Begin de jaren 1960 wordt hij redactiesecretaris van “De Vlaamse Gids”, een toonaangevend literair en cultureel tijdschrift, eveneens uit liberaal-vrijzinnige hoek en met Hoste als uitgever.

Vernieuwer
In 1947 schudt de jonge Walravens literair Vlaanderen door elkaar met twee lezingen, op de Dagen van de Vlaamse Gids (Oostduinkerke) en de Poëziedagen (Merendree). Hij maakt er brandhout van de conservatieve literatuur, neemt provocerende standpunten in, en vestigt definitief zijn reputatie als vernieuwer en avant-gardist.
Twee jaar later richt hij met Hugo Claus het experimentele tijdschrift “Tijd en Mens” (1949-1955) op. Het blad is een springplank voor een hele naoorlogse generatie Vlaamse auteurs, de zogenaamde vijftigers, met Claus op kop. Maar het is Walravens die de coach is. Hij is de gangmaker die richting geeft aan al dat jonge geweld. Belangrijk is ook het Kamertoneel, dat hij mee helpt oprichten. Het brengt in de eerste helft van de jaren 1950 vernieuwend en experimenteel theater op de planken.

Wat zou Jan hiervan denken?
In de pakweg twintig jaar van zijn publieke leven (1945-1965) groeit Jan Walravens uit tot een boegbeeld van de avant-garde kunst in Vlaanderen en Brussel. In deze ons-kent-ons wereld is hij een katalysator. Hij kent iedereen, en iedereen kent hem. Zijn baan als kunstredacteur geeft hem veel invloed en zorgt voor een uitgebreid netwerk. Hij geeft lezingen, schrijft zelf af en toe fictie, maar publiceert vooral aan de lopende band artikels, essays en bedenkingen over kunst en literatuur. Sommige schrijvers worden vrienden voor het leven. Boon maakt er geen geheim van dat hij vaak Jan Walravens voor ogen heeft, wanneer hij iets aan het papier toevertrouwt. Hij vertelt het als het ware aan hem. En ook Claus denkt naar eigen zeggen bij elk gedicht of toneelstuk eerst en vooral aan Jan Walravens. Wat zou Jan hiervan denken? Zou hij het goed (genoeg) vinden?

Woordvoerder van een tijdperk
Vanaf 1962 beginnen de gezondheidsproblemen. De diagnose lymfeklierkanker is een mokerslag. De ziekte wordt hem drie jaar later fataal. Over zijn overlijden is in het archief van Willemsfonds Brussel (bewaard in Liberas) helaas niets terug te vinden. Wél bericht de redactie van “Het Laatste Nieuws” uitvoerig over het verlies van hun geliefde kunstredacteur. In het stuk “Rouw in ons blad: Jan Walravens overleden” (27 juni 1965) noemt de krant hem “de woordvoerder van een tijdperk”.

Hij wordt begraven in zijn woonplaats Kraainem, in de Vlaamse rand rond Brussel. Op zijn begrafenis voeren Marcel Stijns (namens de krant) en Yvette Bützler-Vanneste (namens Willemsfonds Brussel) het woord. Daags na de begrafenis (30 juni 1965) publiceert “Het Laatste Nieuws” flarden van deze toespraken onder de titel “Jan Walravens rust te Kraainem”.

 

— Kris De Beule, Liberas

Hedendaagse schilderkunst in België, Jan Walravens, 1961
Themanummer De Vlaamse Gids een jaar na het overlijden van Jan Walravens (collectie Liberas)
Toespraak van Marcel Stijns op de begrafenis van Jan Walravens, 29 juni 1965 (Het Laatste Nieuws, collectie Liberas)

Deel dit artikel:

Lees ook deze artikels