In dit magazine zet Liberas regelmatig een Brusselse Willemsfondser van vroeger in de kijker. Deze keer, met 8 mei in aantocht, is dat Marcel Stijns.
Journalist Marcel Stijns wordt in 1900 geboren in Elsene. In 1921 gaat hij aan de slag bij Het Laatste Nieuws en wordt er de buitenlandspecialist. Julius Hoste jr. vindt in hem een zielsverwant en benoemt Stijns in 1936 tot hoofdredacteur van de krant. Na de dood van Hoste in 1954 neemt Stijns, samen met Albert Maertens, de leiding van de krant over en leidt de redactie tot zijn dood in 1967.
Journalist én activist
Stijns is in de jaren 1930 ook de politieke rechterhand van Hoste. Als liberaal flamingant is hij in zijn jeugd secretaris van het letterkundig genootschap De Distel en geeft daarna samen met Hoste en Victor Heymans leiding aan de Liberale Volksbond in Brussel, later ook in het Liberaal Vlaams Verbond.
Ook in het Willemsfonds vindt Stijns zijn draai. In 1932 wordt hij bestuurslid en in 1955 ondervoorzitter van de afdeling Schaarbeek. Vanuit zijn bezorgdheid over het opkomend extremisme aan linker- en rechterzijde wordt hij een gedreven voordrachtgever. De onderwerpen van zijn volksvoordrachten liegen er niet om. In 1932 onderhoudt hij de Brusselaars over De politiek en de geldmachten in het buitenland en over Revolutie en democratie, in 1933 brengt hij de Willemsfondsers bij Hoe een oorlog ontstaat en in 1934 heeft hij het over De Europese toestanden. De betrokkenheid van en het gevaar voor ons land sijpelt intussen ook door. In 1938 duidt Stijns Het internationaal statuut van België en in 1939 Diplomatie en diplomaten. In maart 1940, op de drempel van de Duitse inval in België, spreekt hij nog over Ons land en de internationale ontwikkelingen. Deze voordrachten brengen hem door heel Vlaanderen.
Zijn grootste inzet voor het Willemsfonds ligt uiteraard in het verlengde van zijn grootste talent, met name zijn vlotte pen. In 1937 treedt hij toe tot de redactie van de De Vlaamse Gids, waarvan hij gedurende dertig jaar een van de spilfiguren zal zijn.
Informatieoorlog
Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog volgt Stijns Hoste naar Londen. Hoste neemt er de functie van staatssecretaris voor onderwijs op in de regering in ballingschap van Hubert Pierlot en Stijns komt in het vizier van buitenlandminister Paul-Henri Spaak terecht. Die wil in Groot-Brittannië een Belgisch pers- en informatiekanaal opzetten om in de geallieerde landen het Belgische standpunt en de visie op de oorlog en de naoorlogse situatie te verduidelijken en steun te werven voor de Belgische noden en verzuchtingen. Spaak wil ook het bezette België in de mate van het mogelijke informeren en aansporen tot verzet. Een niet onbelangrijk onderdeel hierbij is ‘onbezet’ België, met name Belgisch-Congo, waar expats, industriëlen en ambtenaren uitkijken naar elk nieuwtje van het thuisfront en aangespoord worden om de oorlogsinspanning van de geallieerden ten volle te steunen.
Op aandringen van Hoste wordt Stijns hoofd van deze voorlichtingsdienst, het Belgische Bureau voor Inlichtingen en Documentatie of INBEL, en samen met de socialist en voormalige directeur van Le Peuple Arthur Wauters, hoofdredacteur van de tweetalige oorlogskrant Belgique Indépendante/Onafhankelijk België. In 1941 neemt Robert De Geynst, journalist bij Le Soir en correspondent van The Times de functie van Wauters over. De twee belangrijkste medewerkers van Stijns bij dit persproject zijn ontegensprekelijk de liberale politici Roger Motz, de naoorlogse voorzitter van de partij, en Victor de Laveleye. De Laveleye wordt daarnaast verantwoordelijk voor de Belgische Franstalige radiozender van de BBC, die wordt gebruikt om moed in te spreken, verzet aan te moedigen en (gecensureerde) informatie door te geven. Hij lanceert hierbij het beroemde V-teken voor ‘Victorie’, auditief de V uit het morsealfabet (kort-kort-kort-lang) dat door het verzet werd gehanteerd en tegelijkertijd de dramatische eerste maat van Beethovens beroemde vijfde symfonie. De ‘V’ wordt massaal door de geallieerden overgenomen en door Churchill onsterfelijk gemaakt.
Inbel wordt de facto één van de belangrijkste spreekbuizen van de Belgische regering en Stijns raakt, opnieuw in het voetspoor van Hoste, betrokken bij het ontwerp van de naoorlogse wereldorde. Hij speelt een (kleine) rol bij de oprichting van Ecosoc en Unesco, is actief betrokken bij de vorming van de Benelux en is van 1944 tot 1967 lid van het Belgisch Comité van de Benelux.
Duizendpoot
Na de oorlog keert hij onmiddellijk terug naar de redactielokalen van de Jacqmainlaan. Samen met Albert Maertens gaat hij een cruciale rol spelen in de heropstanding van het Vlaams liberalisme en cultuurleven. De drukpersen en de middelen van Het Laatste Nieuws zet hij maximaal in om dit doel te bereiken.
Daarnaast bouwt Stijns, als een hooggewaardeerde ‘éminence grise’, een indrukwekkend curriculum uit in zowel de internationalisering van de pers en de vorming van een wereldwijd verbond van journalisten als in de strijd voor erkenning van algemeen geldende standaarden en gedragscodes, tegen de censuur en voor de vrijheid van meningsuiting. Via zijn betrokkenheid in tal van educatieve initiatieven voor journalisten blijft hij tot zijn dood de vorming van een nieuwe lichting nieuwsmakers beïnvloeden.
Zijn actieve rol in de Schaarbeekse Willemsfonds-afdeling, waar hij ondervoorzitter blijft, verkleint. Lezingen en evenementen laat hij, gezien zijn slechte gezondheid, aan hem voorbijgaan. Het geschreven woord daarentegen blijft zijn geliefkoosd instrument om de idealen van wat hem dierbaar is, van het Charter van de Verenigde Naties tot de Vlaamse strijd, te verdedigen. Zijn werk voor De Vlaamse Gids neemt hierbij een bijzondere plaats in. In 1945 neemt hij als redactiesecretaris samen met hoofdredacteur Jan Schepens het roer in handen. Hij schrijft meerdere artikels en reorganiseert de redactie. In de eerste naoorlogse jaren wordt De Vlaamse Gids bovendien, net als Het Volksbelang en Neohumanisme, het blad van de liberale studentenvereniging, met dank aan Stijns gedrukt op de persen van Het Laatste Nieuws. Hoste steunt Stijns hierbij ten volle en sluit zich in 1946 aan bij de redactieraad. De inzet van Stijns in die moeilijke jaren is het onderwerp van één van de 175 brieven in het net uitgegeven jubileumboek van het Willemsfonds (zie pagina 7).
Stijns wordt intussen meermaals gehuldigd in binnen- en buitenland. Nauwst aan zijn hart lag ongetwijfeld de benoeming tot titularis van de Gebroken Pen in 1945, een ereteken dat de Belgische Persbond verleende aan journalisten die tijdens de oorlog de eer van hun métier hoog hadden gehouden. Hij overlijdt op 16 januari 1967 en wordt als hoofdredacteur van Het Laatste Nieuws opgevolgd door Urbain ‘Baan’ Van Maele.
Marcel Stijns kwam op het colloquium ‘Forgotten Journalists. Lived experiences and professional identities in the past’, dat Liberas in 2025 organiseerde, ook aan bod. In de bijhorende publicatie die in 2027 op de markt zal komen, zal meer over deze boeiende, en inderdaad grotendeels vergeten, figuur te lezen zijn.
— Bart D’hondt