Hoewel haar eigen schilderijen niet de meest opmerkelijke waren -stillevens en bloemenschilderijen- speelde Mary Gasparoli (1856-1933) een unieke rol in de vrouwenkunst in ons land. En dat als drijvende kracht achter de Cercle des Femmes Peintres, het eerste Belgische kunstgenootschap dat uitsluitend voorbehouden was voor vrouwelijke artiesten.
Mary Gasparoli (volledige naam: Marie Adelaïde Antoinette Gasparoly) werd in Sint-Joost geboren in 1856. Ze raakte al snel gebeten door kunst en ging les volgen bij schilder Alfred Stevens. Ze won met haar schilderijen een aantal prijzen op buitenlandse concours. Maar, als vrouw een vaste stek verwerven in de Belgische kunstscène van de tweede helft van de 19de eeuw, was geen sinecure. Er waren weliswaar enkele professionele schilderessen zoals Anna Boch (1848-1936) en Marguerite Holeman (1850-1905), maar de kunstwereld was toch nog overweldigend een mannenbastion. Vrouwen werden bijvoorbeeld nog niet toegelaten op de kunstscholen. Ze moesten de stiel leren in privé-ateliers, zoals dat van Alfred Stevens, van Jan Portaels¹ of dat van de Fransman Ernest-Stanislas Blanc-Garin in de Poststraat 87 in Schaarbeek. Een hele generatie jonge kunstenaressen, uit binnen- en buitenland, leerde zo de knepen van het vak.
Die vrouwelijke artistieke pretenties vielen niet zo goed bij de gevestigde kunstordes. Kunstpaus Edmond Picard (1836-1924) -tevens notoir racist en antisemiet- had in 1884, in het toonaangevende tijdschrift ‘L’Art Moderne’, nog gesteld: “Er is een kunst waarin vrouwen uitblinken: die van dingen die geen diepzinnige gedachten, grote gevoelens of grote virtuositeit vereisen. Bloemen, stillevens, elegante voorwerpen, vredige genrescènes, zachte landschappen, kinderportretten, lieve dieren, enzovoort. […] De fout van de meesten is dat ze daaruit willen breken, dat ze onderwerpen willen behandelen die voorbehouden zijn aan mannen. […] In de schilderkunst zijn er, net als in de politiek, gebieden waar je onhandig zult zijn, wat je ook doet. Wees tevreden met je eigen reservaat.”
Gasparoli liet dat soort uitspraken niet aan haar hart komen. Ze wilde het werk van vrouwelijke kunstenaars maximaal onder de aandacht van het publiek brengen. Daarom werd ze de grote bezielster van de in 1888 opgerichte Cercle des Femmes Peintres. Tussen 1888 en 1893 organiseerde de kring in het Musée Moderne aan het Museumplein in Brussel vier overzichtstentoonstellingen, uitsluitend met werk van vrouwen.
Gasparoli liep er alle ateliers in de stad voor af. Op zoek naar geschikte kunstwerken. Er zat geen echte lijn in de tentoonstellingen. En ook, amateurs hingen er naast gevestigde namen. ‘L’Art Moderne’ reageerde schamper op de tentoonstellingen. Maar Gasparoli was er wel maar mooi in geslaagd om in vier tentoonstellingen 400 kunstwerken van een 80-tal vrouwen aan een groot publiek voor te stellen².
Gasparoli zou nog op de wereldtentoonstellingen van 1894 (Antwerpen) en 1897 (Brussel) tentoonstellen. En tijdens de beruchte “Great Zwanz Exhibition” in de Magdalenazaal, aan de vooravond van de eerste Wereldoorlog. Ze hing er met een collage tussen werken van Ensor, Evenepoel en Khnopff…
Tijdens de oorlog produceerde Gasparoli een bijzonder staaltje “loopgravenkunst”, gebruik makend van de bloemzakken die uit Noord-Amerika en Canada kwamen voor de voedselhulp. De zakken werden hergebruikt om er kledij van te maken, maar dus ook als … canvas. Door verschillende hoog aangeschreven kunstenaars. Een tentoonstelling van de beschilderde bloemzakken lokte in 1915 duizenden kijklustigen. De kunstwerken werden verkocht of geveild om geld in te zamelen voor de oorlogsinspanning. Na de oorlog verdwenen de “bloemzakschilderijen” in allerhande privécollecties over de hele wereld als artistiek oorlogscuriosum.
Gasparoli overleed in 1933 in Sint-Lambrechts-Woluwe. Mogelijk horen we binnenkort meer van haar in het boek dat Eric Min, bekend van ‘De eeuw van Brussel’, momenteel aan het schrijven is over vrouwelijke kunstenaars in de Belgische Belle Epoque. Dat komt uit begin 2027. De Sint-Joostste verdient alleszins hulde voor haar rol als baanbreekster van de vrouwelijke kunst.
— Kurt Deswert
¹ Jan Portaels was ook directeur van de Brusselse academie. Hij was afkomstig uit Vilvoorde, waar vandaag het lokale ziekenhuis naar hem vernoemd werd.
² Tal van namen daartussen zijn vandaag nog het (her)ontdekken waard, zoals Alix d’Anethan of Marguerithe Verboeckhoven.