Rebelse Brusselessen – Neel Doff

Aan de vijvers van Elsene staat een standbeeld voor Charles De Coster, schrijver van La Légende d’Ulenspiegel. Het monument beeldt twee personages uit zijn boek af: Tijl en Nele. Voor Nele stond de dan vrijwel onbekende Nederlandse Neel Doff (1858-1942) model. Haar levensverhaal zou de inspiratie vormen voor één van de meest succesvolle Nederlandse films aller tijden.

De mooie Neel werd geboren in een straatarm gezin, met 9 kinderen. Haar vader was een man van twaalf stielen en dertien ongelukken. Een zwaar alcoholist ook. Op zoek naar geluk en op de vlucht voor schuldeisers, verhuisden de Doffs voortdurend van hot naar her. Zo belandden ze in de Amsterdamse krottenwijken. Alles was nodig om de eindjes aan elkaar geknoopt te krijgen. Neel ging al van jongsaf aan uit werken… Tijdens één van die baantjes werd ze verkracht door haar baas… Gedreven door de honger en de armoede, dreef haar moeder haar zus en de jonge Neel ook nog ‘ns de prostitutie in…

 

Het gezin besloot zijn geluk
in Brussel te zoeken.
Ook hier prostitueerde Neel zich.
Maar Brussel werd ook de plek waar ze
langzaam uit de miserie wist te klauteren.

 

Het gezin besloot zijn geluk in Brussel te zoeken. Ook hier prostitueerde Neel zich… Maar Brussel werd ook de plek waar ze langzaam uit de miserie wist te klauteren. Dat deed ze vooral door model te worden voor verschillende kunstenaars, zoals Ensor en Charles Samuel (van het Tijl en Nele-monument). Ook Felicien Rops vereeuwigde haar. In die Brusselse artistieke milieus leerde ze haar man kennen, een rijke student geneeskunde, Fernand Brouez. Die plukte haar weg uit haar armoedige milieu, hielp haar aan een opleiding en introduceerde haar in de Brusselse beau monde. De twee trouwden. Al hield Neel er naar verluidt nog minnaars op na… En stierf Brouez na nauwelijks drie jaar huwelijk aan de gevolgen van syfilis… Hij liet Neel een fortuin na.

Een jaar later hertrouwde ze. Met haar nieuwe echtgenoot verhuisde ze naar Antwerpen. Samen kochten ze ook een buitenverblijf in Genk, toen een bekende kunstenaarskolonie. Ook in Elsene, aan de Napelsstraat, kochten ze een burgerwoning. Neels leven zou op die manier geruisloos verder hebben kunnen lopen…

Maar op haar 50ste, geraakt door de aanblik van een gepest kind, begon ze aan het schrijven van haar memoires. In het Frans. De trilogie “Dagen van honger en ellende” (1911), “Keetje” (1919) en “Keetje Tippel” (1921) werden bijzonder succesvol. Het waren rauwe, realistische vertellingen over de armoede en het ongeluk uit haar kinderjaren. Bij veel mensen en critici wisten ze een gevoelige snaar te raken. Haar memoires groeiden uit tot hoogtepunten van de naturalistische roman. In 1930 werd het voormalige pauperskind omwille van haar literaire verdiensten in België tot officier in de Kroonorde benoemd.

In 1942, in volle oorlog, overleed Neel. Haar boeken raakten in de vergetelheid. Tot ze in de jaren ’70 herontdekt werden in Nederland. In 1975 besloot Paul Verhoeven Neels memoires te verfilmen. “Keetje Tippel” werd een immens kassucces… (Mede door de blote borsten en billen van hoofdrolspeelster Monique Van de Ven ongetwijfeld…)

Neel Doff’s verhaal van ‘rags to riches’ werd een klassieker. Ze leeft vandaag verder in haar boeken, in de film, de kunstwerken waarvoor ze model stond en in de naamplaat die vandaag, in Elsene, aan de Napelstraat 36 hangt. Als een soort getuigenis dat je afkomst niet alles bepalend is en altijd te overwinnen valt.

— Kurt Deswert

Deel dit artikel:

Lees ook deze artikels