Christopher Nolans’ ‘The Odyssey’ is nu al de meest besproken film van het jaar. In de Verenigde Staten en op sociale media bracht de film een nieuwe vermoeiende ‘culture war’ op gang. Grotendeels gericht tegen de casting van de zwarte actrice Lupita Nyongo’o als Helena van Troje -de beeldschone Griekse, die volgens de Engelse dichter Christopher Marlowe een gelaat had “that could launch a thousand ships” ¹. Maar, zoals Nolan al eerder bewees; om een brug te kunnen bouwen tussen mythe / fantasie en hedendaags filmisch realisme, zijn gerichte keuzes nodig. Beginnend bij de casting. Enkel zo werkt het onuitgesproken verbond tussen makers en hun kijkers; die van de zogenaamde ‘willing suspension of disbelief’. Enkel op die manier kan men zich bijvoorbeeld inbeelden dat een man na twintig jaar afwezigheid nog steeds de onwankelbare behoefte voelt om terug naar huis te keren. Omdat daar Anne Hathaway op hem zit te wachten… Enkel zo valt in 2026 te begrijpen dat Nolan een heldenepos transformeert tot het relaas van een zwaar getraumatiseerde oorlogsveteraan…
2800 jaar na datum blijft Odysseus nog steeds de gemoederen beroeren. De afgelopen jaren verschenen een aantal romans die de Trojaanse Oorlog herschreven vanuit het perspectief van ‘toxic masculinity’. Daar valt best wel wat voor te zeggen in tijden van Trump, Poetin, Netanyahu en consoorten. De Britse Pat Barker deed het met haar Trojan War Series, waaronder het rauwe “De Stilte van de Vrouwen”. Ook de Amerikaanse Madeline Miller herschreef met haar “Song of Achilles” en “Circe”, de Ilias en Odyssee vanuit vrouwelijk perspectief. Hoe briljant die romans ook zijn; ze zijn ook reductionistisch. Odysseus is veel meer dan een wandelend billboard voor toxic masculinity. Hij toont vooral hoe men dat te boven kan komen.
Kwade genie
Er bestaat al langer dan vandaag een tendens om Odysseus als een soort kwaad genius af te beelden. Per slot van rekening is hij de listige uitvinder van het beruchte Houten Paard en aldus ook één van de slachters van het briljante Troje. ²
In een nieuwe, vrouwelijke vertaling van de Odyssee (uit 2017; door Emily Wilson) waarop Nolan zich deels gebaseerd zou hebben, wordt hij als ‘a complicated man’ beschreven. Dat lijkt de lading te dekken. Ook omdat er een aantal oud-Griekse concepten door de Ilias en Odyssee lopen die vandaag totaal vreemd voor ons geworden zijn. Nolan framet zijn verfilming bijvoorbeeld rond het concept van de ‘xenia’; de rituele gastvrijheid voor vreemdelingen. In het klassieke Griekenland bestond het idee dat elke gast potentieel een verborgen god kon zijn die zich tussen de mensen had gemengd. Slecht ontvangen worden, kon daarom de toorn van de god in kwestie oproepen… Een ander, zo mogelijk nog belangrijker concept was dat stervelingen afhankelijk waren van de grillen van de goden… In een seculiere maatschappij is dat een vreemd concept ³. In het niet-seculiere Griekenland van Homeros maakte dat van Odysseus een personage dat zich niet door directe confrontatie met de goden, maar wel door schranderheid af wist te zetten tegen zijn eigen lotsbestemming. Iemand die zijn leven en dat van anderen zelf zo goedschiks en kwaadschiks in handen wist te nemen.
Interpretatie
Het is moeilijk om dergelijke concepten naar vandaag te vertalen. Gelukkig kunnen we in zo’n overweldigend rijk bronnenmateriaal als de Odyssee 2800 jaar na datum nog steeds meer dan voldoende relevantie vinden voor het hier en nu. En daarom wordt de Odyssee in Nolans visie ook en vooral een verhaal over trauma. Hem daarin volgen is niet moeilijk. Odysseus is immers zelf een onwillig deelnemer aan de oorlog. Ironisch genoeg is hij -de listige- er zelf door een list in meegesleurd. Toen zijn jonge zoon Telemachus in gevaar werd gebracht ⁴… In Troje zou Odysseus vervolgens één van de voornaamste legeraanvoerders en adviseurs van de tragische Achilles worden…
Tien jaar later lang zorgt de verovering van Troje vooral voor bloedvergieten en slachtoffers. In de Illias spat het bloed van de pagina’s. Het is een erg gegrond verhaal; niet meer of minder dan een oorlogstragedie. Dat zelfs een aanstichter van zoveel geweld als Odysseus daarbij trauma’s op zou lopen, is niet onlogisch. Die trauma’s zullen zich ten volle ontplooien na de val van Troje en de terugtocht van de Griekse legeraanvoerders naar huis ⁵.
Trauma’s
Trauma’s komen in allerlei vormen en maten voor. Van oorlogstrauma’s tot jeugdtrauma’s. In de Odyssee lopen ze door elkaar. Er is het oorlogstrauma van Odysseus, maar er is ook het vader-/jeugdtrauma van Telemachus. Die is opgegroeid met een afwezige vader. In de koude hallen van het paleis in Ithaka. Omringd – en dus bedreigd- door de ‘vrijers’, die in groten getale naar de hand van zijn moeder Penelope dingen. (Opnieuw; begrijpelijk als die lijkt op Anne Hathaway…) Maar trauma’s hebben ook een symbiotische link met story telling. Omdat elk degelijk menselijk functioneren nu eenmaal nood heeft aan logica en voorspelbaarheid. Wanneer ingrijpende negatieve gebeurtenissen het alledaagse, normale ontwrichten en iemand voor korte of langere tijd wegrukken van wat zij of hij nodig heeft om normaal te handelen (zoals warmte, geborgenheid en stabiliteit) ontstaat er in de menselijke psyche een fragmentatie. Die fragmentatie wordt vaak bewust of onbewust met story telling te lijf gegaan.
Monologen
Wie de Odyssee leest, merkt daarin ongetwijfeld de lange monologen op. Odysseus vertelt de wildste verhalen. Over vleesetende Laistrygonen, over de éénogige reus Polyfemos, over zijn tocht naar de onderwereld, over sirenen en de heks Circe die zijn mannen in zwijnen veranderde. Het is zijn manier om iets abnormaals de baas te kunnen. Om het te reduceren tot een narratief, dat klopt en redelijk is. Het is ook een manier om de eigen demonen, vastzittend diep vanbinnen na zoveel doorstaan leed, de baas te kunnen. Of het nu Odysseus is aan het hof van de Phaeaken, of een moderne stadsmens in een één-op-ééngesprek met een psycholoog; in wezen speelt dezelfde dynamiek. Verhalen helpen ons niet alleen om de wereld te begrijpen. Ze helpen ons ook om onszelf te aanvaarden. Het maakt daarbij vaak niet per se uit of ze nu volledig met de objectieve werkelijkheid stroken of niet…
Voor Odysseus heeft de oorlogswaanzin de wetten van het normale leven abrupt omver geworpen. Daarmee moet hij verder leven. Vandaar de fantasierijke verhalen, vandaar ook de opbouwende logica die eigen is aan het vertellen van verhalen; een logica die diametraal staat tegenover de non-logica van de wreedheid, het geweld en het lijden. Voor Telemachus is het -nog voor hij als zelfbewust wordend kind kan ervaren wat een echt geborgen, normaal leven is- een bestaan zonder vader, met de constante dreiging van de vrijers die hem boven het hoofd hangt. Vandaar zijn zoektocht naar Odysseus.
Het vereist een vreemde combinatie van kwetsbaarheid, zelfvertrouwen, doorzicht en karaktersterkte om trauma al te boven te willen komen en het niet je leven te laten bepalen. Maar – en dat is de essentie van de Odyssee voor mij – Odysseus kiest daar wel expliciet voor. Niet alleen door op quasi therapeutische wijze zijn verhalen te vertellen, maar ook door zijn focus op en verlangen naar genezing. Alles overspoelt hem. Maar hij weet zich toch vast te klampen aan iets betekenisvols. Een beeld dat ver weg ligt in het verleden intussen, zon’ twintig jaar terug in de tijd. Dat van de wereld met Penelope en Telemachus. Een wereld waarin de waanzin van het conflict het menselijk handelen nog niet heeft gereduceerd tot obsessie en wrok, maar waarin rust regeert. In die zin is de Odyssee niet enkel een 2800 jaar oud epos, maar in de diepte ook een symbolische handleiding voor mensen om hun eigen trauma’s te doorspartelen.
Wat nog met die Odyssee?
Wie dieper in het verhaal wil duiken, kan dat op allerlei manieren doen en de veelzijdigheid van het verhaal ontdekken. Zo is er het welbekende gedicht ‘Ithaka’ van Konstantínos Kaváfis (1863-1933), een moderne versie van Joachim du Bellay’s (1522-1560) sonnet ‘Heureux qui comme Ulysse’, (ook gezongen door Georges Brassens), waarin niet de bestemming, maar wel de reis zelf en het rondzwerven van belang wordt.
Er is uiteraard ook nog ‘Ulysses’ van James Joyce (1882-1941), de modernistische roman uit 1922 waarin de Ier Joyce de omzwervingen van Odysseus gebruikt als patroon om het verhaal van 1 dag in Dublin in 1904 te vertellen. (De dag waarop hij in het echte leven voor de eerste keer de liefde bedreef met zijn vrouw.) Fabelachtig geschreven, zogezegd onleesbaar, maar bovenal een literaire belevenis.
Recenter is er dus het werk van Pat Barker en Madeline Miller. En is er de versie van Stephen Fry; Troy en ‘Odyssey’, die in mijn ogen iets te simpel en humoristisch opgevat werden en daardoor wat ‘zwaarte’ missen.
Meer dan het ontdekken waard is zeker nog het absoluut briljante ‘An Odyssey’ (2018) van Daniel Mendelsohn. Mendelsohn is Amerikaans professor literatuur en vertaler (zowel van Kavafis als van Homeros). ‘An Odyssey’ is een prachtig boek, waarin hij het verhaal doet van zijn vervreemde vader die besluit om een semester lang bij Mendelsohn zijn cursus over de Odyssee te volgen.
Tenslotte, ook in stripvorm nemen Ilias en Odyssee soms impressionante vormen aan. Eric Shanower maakte ‘Age of Bronze’, dat het hele epos van de belegering van Troje vertelt. Shanower won er een Eisneraward voor in 2001 en 2002; de grootste Amerikaanse stripprijzen. De reeks loopt nog, maar blinkt vooral uit in de exceptionele manier waarop ze gedocumenteerd is.
— Kurt Deswert
¹ Als dat Nolans uitgangspunt was, lijkt zijn casting me redelijk geslaagd.
² Wie Illias en Odyssee gelezen heeft, beseft dat -hoewel geschreven vanuit Grieks perspectief- zowel de Trojanen als de Grieken als heldhaftig en moreel hoogstaand worden beschouwd. Reden ook waarom zo veel volkeren in hun eigen mythevorming afstamming van de vluchtende Trojanen claimden. Dat was niet enkel het geval voor de Romeinen, via Vergilius’ Aeneis (een doorslagje van de Ilias en Odyssee), maar ook voor de Britten, die via kroniekschrijver Nennius in 830 claimden af te stammen van Brutus van Troje, een achterkleinzoon van Aeneas. Minder bekend is dat dit ook geldt voor … onze contreien. In de Brabantse Yeesten uit de 13de – 14de eeuw, stelt de Antwerpse dichter Jan Van Boendaele dat de hertogen van Brabant rechtstreeks afstammen van de Trojanen.
³ Hoewel een weldenkend mens ook beseft dat alle wilskracht van de wereld vaak niet voldoende is om het eigen lot in de beoogde richting om te buigen…
⁴ Nobelprijswinnaar Josip Brodsky schreef het sublieme Odysseus to Telemachus hierover: “Had it not been for Palamedes’ trick / we two would still be living in one household. / But maybe he was right; away from me / you are quite safe from all Oedipal passions / and your dreams, my Telemachus, are blameless.
⁵ Wie verder leest in de klassieken, zal dat merken. Weinig Griekse legeraanvoerders komen er nadien zonder kleerscheuren vanaf. Het lot…