René Willems – Brusselse kunst- en cultuurminnaar met een strikje.

Als ik me René Willems voor de geest haal, zie ik een minzame, wijze man in een stijlvol, zwart pak met wit hemd en een strik. Zo iemand was René.

Er zijn van die mensen, waarvan je je niet meer kan herinneren wanneer en waar je ze voor het eerst hebt ontmoet. René was er altijd al. En overal. In het bijzonder in zijn thuishaven Ganshoren en in het Brusselse. Waar er cultuur te beleven viel, waar er kunst te proeven viel, waar er van muziek te genieten was, daar was René: in het Brussels amateurtheater van 1953 tot zowat 2015, bij het Brussels Volkstejoeter, bij het Willemsfonds, enzovoort, enzovoort. Immer in het gezelschap van zijn echgenote Hélène met wie hij 63 jaar getrouwd was.

Zo verwoordde zijn zoon Stefan het op de afscheidsplechtigheid: “Zijnsbegrippen kenmerken mijn vader volledig: wilskracht en verantwoordelijkheid. Een man met een drang naar Schoonheid, waarbij het Woord vaak centraal stond”. Als voorzitter van een eeuwenoude Rederijkerskamer ’t Mariacranske, die hij nieuw leven inblies in de jaren 70 van de voorbije eeuw, was hij de bezieler van het ‘Sneeuwpoppenfestival’, geïnspireerd door de Rederijker Jan Smeken.

René was een fijnbesnaarde mens met ook een spirituele gevoeligheid. Zo ondernam hij in de loop van zijn rijk gevulde leven een voettocht naar Santiago de Compostella. Op 3 maanden tijd deed hij als pelgrim onder de pelgrims 2.400 km te voet vanuit Brussel. Hij hield er bij zijn geliefde kleinkinderen de roepnaam ‘Jaca’ aan over, genaamd naar de stad Jaca op de Camino, waar hij vertoefde toen zijn eerste kleinkind Soet zijn opwachting maakte. Zo iemand was René.
Ook was René gedurende 20 jaar lesgever (1961 tot 1981) en administratief medewerker in de avondschool van het Willemsfonds in de Moutstraat te Brussel. Hij werkte toen nauw samen met Gerard Vanhengel, vader van Guy Vanhengel.

Mijn mooiste herinnering aan René Willems blijft onze opvoering in het Stadhuis van Brussel. Naar aanleiding van de 170ste verjaardag van de oprichting van de Liberale Partij werden we gevraagd om een van de historische grondleggers te vertolken in een evocatie van het stichtingscongres. Voor één avond kwamen Eugène Defacqz, Walthère Frère-Orban en Charles Rogier opnieuw tot leven in de gotische zaal van het Brussels stadhuis. En mede dankzij de vertolking van René Willems spraken deze heren het publiek – voor één keer – strijdbaar toe … in het Nederlands!

Toen we René steeds vaker moesten missen in het Brusselse cultuurleven, wisten we meteen dat het niet goed ging met hem. Dankzij de liefdevolle en intensieve zorgen van Hélène en zoon Stefan kon René nog geruime tijd thuis verblijven, totdat een overplaatsing naar een Woon- en Zorgcentrum onvermijdelijk bleek. Daar bracht hij het laatste anderhalf jaar van zijn leven door.

René Willems is en blijft een voorbeeld voor al wie zich wil inzetten om door kunst en cultuur schoonheid in het leven te brengen, voor zichzelf, maar bovenal voor anderen. Hij behoort tot die generatie Nederlandstalige Brusselaars die doorheen een levenslang engagement hun hoofdstad hun kunstzinnige en erudiete talenten aanbood.

Op de uitvaartplechtigheid in de merkwaardige St.-Martinuskerk van Ganshoren weerklonken muzikale fragmenten uit het oeuvre van Johan Sebastian Bach en Gabriel Fauré en een gelegenheidscompositie van de hand van kleinzoon Soet.

Met een pracht van een citaat van Goethe ‘De ziel die schoonheid ziet, loopt soms alleen’ viel het gordijn over Renés leven als schouwtoneel definitief.

Zo iemand was René.

 

— Herman Mennekens,
Ondervoorzitter Willemsfonds BHG vzw

Deel dit artikel:

Lees ook deze artikels