Mimi Crahaij – Vrijwilliger in de kijker

Waar ben je opgegroeid?
Ganshoren. Ik ben er geboren en heb er altijd gewoond. Tot mijn 18de vlak aan het Laarbeekbos, later langs het zwembad en recentelijk nog op de rand met het Elisabethpark. Sinds enkele maanden heb ik de grootste stap tot nu toe gewaagd: eentje van net geen 2 km verder naar de Strijdersgang in Koekelberg. Voor mijn studies trok ik wel al naar het exotische Zuiden – van Brussel weliswaar. De stad heeft dus altijd een hoofdrol in mijn leven gespeeld.

Waarom is Brussel volgens jou een leuke plaats om te wonen of te vertoeven?
Brussel heeft voor ieder wat wils. Wie je ook bent of in welke levensfase je je ook bevindt, de stad kan je altijd bieden wat je nodig hebt. Het feit dat Brussel niet perfect is (en op sommige vlakken zelfs verre van) vind ik ook net zó zijn charme hebben. Hoe meer kritiek er soms van buitenaf komt, hoe groter mijn liefde voor ons Brussel. Een ongescensureerde stad met een onuitputtelijke bron aan geheimen waar altijd iets te ontdekken valt.

Hoe ben je bij het Willemsfonds terechtgekomen?
Ik ben letterlijk opgegroeid met het Willemsfonds. Mijn grootouders zijn al meer dan 55 jaar lid, van in de tijd dat mijn grootoom Emile Janssens actief was als voorzitter. Mijn oma was wekelijks in de weer met het bedenken van nieuwe activiteiten, het aanschrijven van leden of potentieel nieuwe leden, of het helpen op activiteiten en ook mijn opa hielp maar wat graag mee. Het was dan ook een evidentie om hierin mee te gaan en me ook voor de organisatie in te zetten.

Wat maakt het Willemsfonds interessant voor jou?
Het onophoudelijk ontmoeten van nieuwe mensen (leden van verschillende afdelingen, deelnemers aan activiteiten, externe organisatoren van tentoonstellingen, voorstellingen, …) en daarnaast de ontdekkingstocht naar leuke nieuwe activiteiten.

Wat wil jij als vrijwilliger bij jouw afdeling bereiken voor de regio?
Ik heb zelf heel m’n leven in het noorden van Brussel gewoond, tussen grootstad en de rand. Die noordrand is altijd al als een minder ‘sexy’ stukje van Brussel beschouwd. Andere delen van het gewest hebben sowieso veel troeven, maar het Noorden heeft die zeker ook, en ze worden vaak onderbelicht. Ik vind het dan ook fijn om met Willemsfondsactiviteiten ook te tonen wat voor pareltjes het Noorden te bieden heeft.

Wat zijn volgens jou nog enkele aandachtspunten waar het Willemsfonds aan kan werken?
Aangezien Brussel de afgelopen 150 jaar is uitgegroeid tot een enorme metropool, is het belangrijk dat we als vereniging ook voldoende mee evolueren. Het is dus belangrijk dat we daarmee rekening houden, zowel wat het aanwerven van leden als het organiseren van activiteiten betreft. Zodat we een diverse vereniging met frisse kijk op de maatschappij blijven!

Wat is tot nu toe jouw favoriete evenement van het Willemsfonds?
Dat moeten de comdeyavonden in het prachtige Theatre Vaudeville zijn. Ik kijk ook al heel erg uit naar de Comedynight op 1 juni in de Beursschouwburg!

Tot slot: heb je nog een tip voor anderen in Brussel?
Of je nu een Brussel-kenner bent of hier pas recentlijk bent neergestreken: haal deze zomer “Een gehucht in een moeras” van Marc Didden in de bib of boekenwinkel, en zet je met het boek en een lekker drankje in één van de Brusselse parken of in een gezellig volks café. Het is een boek vol scherpe observaties, subtiele liefdesverklaringen, kritische anekdotes en leuke weetjes. Didden neemt geen blad voor de mond, maar ik heb mezelf verschillende keren betrapt terwijl ik beamend glimlachte om wat ik las. Een heel mooie ontdekkingsreis door Brussel. Ik heb alvast een exemplaar in de kast staan voor wie hem wil lenen!