150 jaar, deel 9: 19 gemeenten … afdelingen à volonté

Bij de stichting van Willemsfondsafdeling Brussel in 1873 is het territorium heel breed gedefinieerd. Het gaat immers niet enkel over de ‘stad Brussel’, ook in Sint-Joost-ten-Noode, Schaarbeek, Elsene, Sint-Gillis, Ukkel, Anderlecht, Molenbeek, Koekelberg, Etterbeek en Laken wordt druk geronseld. In het daaropvolgende decennium komen daar nog Kuregem, Ganshoren, Groot-Bijgaarden, Neder-over-Heembeek, Sint-Aghata-Berchem, Jette en Wemmel bij. De koek werd té groot om alles georganiseerd en gecoördineerd te krijgen. Vreemd genoeg zou dit in de daaropvolgende eeuw maar tot één afsplitsing leiden, daarna was het wachten tot 1971 voor in Jette een derde ‘Brusselse’ afdeling zou worden opgericht.

Schaarbeek
Die ene nieuwe afdeling is uiteraard Schaarbeek. Op 2 maart 1879 kondigt het bestuur van de afdeling Brussel aan dat in Schaarbeek/Sint-Joost-ten-Noode (toen nog Sint-Joost-ten-Oode) een nieuwe afdeling is opgericht. Bedoeling is de volksvoordrachten uit te breiden en geografisch toegankelijker te maken. ULB-professor J.F. Verstraeten wordt voorzitter maar gangmaker en boegbeeld is Emanuel Hiel. De start is flamboyant. De onderafdeling engageert zich tot grote ergernis van het algemeen bestuur onmiddellijk in de gemeenteraadsverkiezingen in het najaar van 1879 en de door hen gesteunde kandidaten Emanuel Hiel en Vanden Kerchove-Vanden Broeck worden verkozen. Schaarbeek juicht, Gent tandenknarst.
Het eerste werkjaar wordt afgesloten met niet minder dan 109 leden, onder hen burgemeester Achille Colignon en volksvertegenwoordiger en rector van de ULB Henri Bergé. De band met de Liberale Associatie is sterk. Willemsfonds Schaarbeek sluit een verbond met de associatie die op dat moment het gemeentebestuur in handen heeft en burgemeester, schepenen en gemeenteraadsleden worden allen lid van de afdeling. Het verbond houdt een aantal beloftes door het gemeentebestuur in: gemeentelijk onderwijs in beide landstalen en lager onderwijs in de moedertaal, de subsidiëring van kosteloos ‘Vlaamsch onderwijs voor Walen en Vlamingen’ in een zaal die door de gemeente ter beschikking wordt gesteld, tweetalige plaatsnamen en mededelingen van het stadsbestuur en tenslotte tweetalige prijsuitreikingen met ook Nederlandstalige boeken in het prijzenpakket.

Uitnodiging Willemsfonds Schaarbeek-St.-Joost-ten-Oode-Etterbeek, 1883

De afdeling volgt ook verder het klassieke Willemsfondsstramien. Er zijn volksvoordrachten met muzikale intermezzo’s en men wil de Brusselaar aan het lezen krijgen. Zowel Schaarbeek als Sint-Joost-ten-Noode beschikken op dat moment al over een mooie volksbibliotheek en de afdeling beslist om haar inspanningen op het verrijken van die bibliotheken te richten in plaats van zelf een bibliotheek op te richten. Vlaamse leergangen wordt, net als in Brussel, een volgend speerpunt. Met steun van de gemeente krijgt de afdeling een lokaal toegewezen waarin twee cursussen Nederlands worden georganiseerd: één voor anderstaligen (met 80 inschrijvingen in het eerste jaar) en één voor de Vlaamse Brusselaars (30 inschrijvingen).

De afdeling Schaarbeek, intussen Schaarbeek-Evere-Sint-Joost of de Emanuel Hielafdeling, is nog steeds actief en dus één van de oudste Willemsfonds afdelingen van het land.

Banner Willemsfonds Schaarbeek-Evere-Sint-Joost, de Emanuel Hiel Afdeling

De vloedgolf van de jaren 1970
In juli 1971 keurt de Kamer van Volksvertegenwoordigers de wet op de bevoegdheden en de werking van de cultuurraden goed, Vlaanderen is vanaf nu autonoom bevoegd voor alle culturele aangelegenheden. Het Cultuurpact, dat de rechten van belangrijke ideologische en filosofische minderheden moest beschermen, volgt kort daarna. In 1973 keurt de Kamer de desbetreffende wet goed, in 1974 volgt een Vlaamse variant in de vorm van een cultuurpactdecreet, de facto een decreet dat vooral de Vlaamse vrijzinnige minderheid zekerheid en bescherming biedt.

De nieuwe Vlaamse regels werken, door de wijze van subsidiëren, een versplintering in de hand en op enkele jaren tijd worden een tiental nieuwe afdelingen opgericht. Jette neemt in 1971 alvast het voortouw en wordt in 1974-1975 gevolgd door Elsene, Laken, Neder-over-Heembeek, Oudergem, Ganshoren, Koekelberg en Anderlecht. Evere en Ukkel-Vorst zijn iets bezadigder en stichten een eigen afdeling in 1982, Haren volgt in 1983 en Woluwe in 1995.

In de gordel rond Brussel doet zich hetzelfde fenomeen voor en ook dat heeft uiteraard zijn gevolgen voor een aantal Brusselse Willemsfondsers die om tal van redenen een overstap naar een afdeling in de gordel maken. De faciliteitengemeenten Wemmel en Sint-Genesius-Rode krijgen een afdeling in respectievelijk 1976 en 1984, en in de andere Vlaamse randgemeentes gaat het net zo. De oudere afdelingen waaronder Zaventem (1939) en Steenokkerzeel (1938) krijgen het gezelschap van onder meer Tervuren (1974), Dilbeek (1975), Ternat (1976) en Grimbergen (1977). Aanbod in overvloed denk je dan. Brussel Hoofdstedelijk gewest telt in 2000 14 afdelingen, met aansluitend nog 24 afdelingen in Vlaams-Brabant. Het adagio “trop is teveel, en teveel is trop!”, zoals een voormalig premier met Brusselse middenstandroots ooit terecht verklaarde, slaat toe in Vlaams-Brabant waar in de daaropvolgende jaren terug wordt afgeslankt.

Menu 150 jaar Willemsfonds Brussel
Deel 1: Er kiemt iets in Brussel
Deel 2: In een notendop – 10 jaar afdeling Brussel
Deel 3: Trekken aan de mouw van de 19e-eeuwse politici
Deel 4: Kaalslag
Deel 5: Van een Vlaamsche klas in de Modelschool tot de Nederlandsche Leergangen
Deel 6: Vlaams engagement tussen twee oorlogen in
Deel 7: De oorlogsjaren 1940-45
Deel 8: Hoog aangeschreven
Deel 9: 19 gemeenten … afdelingen à volonté